home
about us
preparation
vehicle
route
reports
photos
links
email

Reports Mali December 2004 / Januari 2005

25 december 2004, Grensovergang bij Kidira, Kayes, Medina
Bij de grensovergang van Kidira hebben we een soort van culture shock, die nog een keer wordt versterkt door de moeizame afhandeling van de formaliteiten bij de grens. Alles is onduidelijk, bij de Malineese douane is de beambte spoorloos en de politiepost is ergens achter in het dorp. De omgeving is vol stof, en alles en iedereen ziet er erg arm uit. Dit is even een andere wereld dan Senegal en de grensovergang tussen Mauretanië en Marokko was vergeleken met deze grensovergang niet eens zo heftig. We rijden een paar keer op en neer, zoeken, vragen, vinden de douanebeambte die onze Carnet stempelt en vinden de Commisaris van Politie die onze paspoorten stempeld. De desbetreffende politiebeambte vindt dat
hij geld moet vragen voor het stempeltje. Nou mooi niet, onze CFA's zijn op, en hij kan niet aantonen dat het een officiële verplichting is. We stappen onder verbaal protest van de beambte in de auto en rijden rustig weg. Ondertussen hebben we al aardig geleerd hoe om te gaan met allerlei soorten beambten in diverse uniformen, soms wel of niet gewapend. Belangrijk is om duidelijk te zijn, geen discussie aan te gaan en gewoon weggaan of doorrijden. Ze hebben toch geen auto om ons achterna te rijden, als ze daar al zin in hebben, of een mobiele telefoon om hun collega's bij de volgende controlepost te bellen, als ze ook daar al zin in hebben. We hebben dus al gauw in de gaten om vooral door te rijden bij stopborden of huisjes met geuniformde monsieurs, als dat mogelijk is, en alleen maar te stoppen als het niet anders kan vanwege een versperring. Wel zwaaien we heel vriendelijk en verder begrijpen we niets.

Vanuit het grensplaatje Kidira rijden we oostwaarts, richting Kayes. De weg bestaat uit wasbord, heel veel stof en aan beide zijden een desolaat landschap, met stof en kale bomen. Naderende vrachtwagens zijn 1 grote stofwolk en ook achter ons rijkt het opstuivende stof tot ver. Binnen de kortste keren zit alles in de auto, inclusief onszelf, onder aarde rood stof. Dit is de duidelijk de Sahel. We komen rond 4 uur 's middags aan in Kayes en besluiten door te rijden naar Medina,een plaatje met watervallen aan de Senegal rivier. De weg van Kayes naar Medina is moeilijk begaanbaar, maar is prachtig; grote bijzondere rotspartijen aan de ene kant en een blauwe brede rivier aan de andere kant. We vinden een prachtige plek om te kamperen, met uitzicht op de rivier (N14 20.864, W011 20.300).
We krijgen al gauw bezoek van een paar vrouwen, waar we papaya van kopen en vervolgens van nog meer bewoners uit het dorpje. Ze zijn allemaal erg aardig, en vinden het prima dat wij er kamperen.

26 december 2004, Medina, Langs de Senegal rivier, Sadiolla
De route van Kayes naar Medina loopt ongeveer evenwijdig aan het treinspoor dat loopt van Dakar naar Bamako. Aangezien het ons doel is om Bamako, de hoofstad van Mali te bereiken en de weg langs het spoor en de rivier de kortse route is (ruim 500 kilometer totaal) besluiten we deze verder te nemen. Al snel blijkt dit geen gemakkelijke route. Met een gemiddelde snelheid van 15 kilometer per uur, worstelend over grote rotspartijen, op- en afdalingen, twijfelen we steeds meer over de route. Alleen de weinige mensen die we tegen komen bevestigen toch allemaal dat dit de weg naar Bamako is en we rijden dus maar door. Als we na 7 uur ploeteren en 90 kilometer verder, een Landrover en een Toyota pickup ons tegemoet rijden, houden we deze meteen aan. De inzittende blijken Zuidafrikanen te zijn, die in Mali werken en vandaag een kerstuitje houden naar de rivier. Op de vraag of dit de goede weg is naar Bamako kijken ze ons bedenkend aan, en de weg expert, Do, die ondertussen het woord voert, zegt dat deze weg naar de watervallen gaat en dat de weg langs de rivier naar Bamako bijna niet berijdbaar is. En.... dat we
beter terug kunnen rijden naar Kayes en de noordroute kunnen nemen. Ons gezicht betrekt. Dit kan niet waar zijn, terug naar Kayes is zo'n 10 a 11 uur terug, weer over de moeilijke piste. Schijnbaar spreken onze aangeslagen gezichten boekdelen en stellen de Zuidafrikanen voor dat wij achter hun aan rijden naar Sadiolla waar zij wonen en dat wij vanuit daar de weg naar Kayes nemen en dan de noord route naar Bamako. Met al hun gastvrijheid nodigen ze ons uit te blijven eten en vannacht bij hun te logeren....
We zien op de valreep de prachtige watervallen en een ander deel van de rivier en rijden dan achter hun aan. We komen aan in een Westers ogende compound (N13 56.139, W011 39.91) en drinken koffie. Daarna eten we met Do en Ellen in het compound restaurant, waar Ellen de bedrijfsleider van is. Opeens zitten we in een westerse wereld, met kerstbomen en kerstversiering, een grote televisiescherm,
veel airco en heerlijk eten. In de compound wonen expats, waarvan veelal Zuidafrikanen die voor Zuidafrikaanse bedrijven in de gouddelving werken. In Mali zitten een aantal grote goudmijnen, en dat is nog steeds een goede bussiness. Voor wie het een goede bussines is is een groot vraagteken, maar waarschijnlijk niet de Malineese bevolking. We hebben een erg gezellig avond, ontmoeten een aantal expats, en Do en Ellen vertellen en grappen voluit over hun leven in Mali, waar ze al 6 jaar wonen. Ook realiseren we ons langzamerhand, dat zij ons hebben gered van een onbegaanbare route. Ik (Janita) geloof er dan ook heilig in, dat zij onze kerst engelen zijn.

27 december 2004, Onderweg naar Bamako via de noordroute
De gastvrijheid van Do en Ellen is overweldigend. Na nogmaals heerlijk te hebben gedouched (met warm water!!), krijgen we een heerlijk ontbijt. Ook heeft Ellen besloten dat we niet mogen verhongeren onderweg, dus krijgen we een grote tas met groente, fruit, brood, colas en veel drinkwater. We mogen internetten op haar computer en mogen vooral niets betalen. Omdat onze auto een raar geluid maakt bij de rechtervoorwiel, staat ze erop dat we langs Do's zijn werk gaan, zodat 1 van de monteurs er naar kan kijken. We spenderen nog 2 uurtjes bij Do op het werk, alles wordt nagekeken en aangeschroefd. En ook is het geluidje nog niet verdwenen, we besluiten om te gaan. Het is vreemd om afscheid te nemen van Ellen en Do. Wonderbaarlijk gastvrije leuke mensen en we vinden het erg bijzonder dat dit soort mensen nog bestaan.Het is ondertussen al 12 uur en op weg naar Kayes voelt het even vreemd om weer in de "Afrikaanse" wereld te zijn, na even de Westerse wereld te hebben geproefd in de compound. Maar lang duurt het niet, want we willen nu echt richting het oostenen kilometers maken. We komen die middag nog een heel eind, en maken eind van de dag een heerlijke buscamp bij Diema (N14 31.062, W009 33.912).

28 december 2004 tot 1 januari 2004, Bamako
De weg via de noordkant van Mali is grotendeels goed asfalt, met een niet bijzondere omgeving. Alleen in het "middelste" gedeelte van Diema tot Didieni is de asfalt voor 170km achterwege gelaten. Dit gedeelte is een weg met extreme wasbord en veel stof en wij en vooral onze auto zijn blij als we na 5 uur rijden op dit gedeelte weer asfalt voelen. Het is vanuit ons westerse denkpatroon onbegrijpelijk dat de gehele route van Dakar naar Bamako op 170 Malinese kilometers niet wordt afgemaakt met asfalt. Zwaarbeladen vrachtwagens doen zeker een dag over dit slechte gedeelte en gewone personen auto's zijn totaal uit elkaar gerammeld na deze 170 kilometer. Een goede verbinding tussen de havenstad Dakar en Bamako lijkt ons geen overbodige luxe voor de Malineese en Senegalese economie. Maar goed, wij zijn in
Afrika en daar is alles anders dan in Europa. En.... daarom vinden wij het ook heerlijk om hier te zijn.
Eind van de dag staan we in Bamako en vinden een plekje bij de nonnen in Mission Catholique (N12 38.553 W008 00.219). We mogen onze auto op de binnenplaats zetten, maar mogen niet in de tent slapen. Dus nemen we een kamer. Even wennen, want het is warm en benauwd, en met veel verkeersgeluiden. Vanwege de kerstdagen en oud en nieuw zit er een groepje Nederlanderlandse (Leidse) studenten in de Mission Catholique. Ze studeren antropologie en verblijven normaal gesproken, in verschillende Malinese dorpjes. Ze studeren af op onderwerpen als poliegamie in de Bamara in Mali, verschil in onderwijs tussen jongens en meisjes, en de niet medische geneeswijzen in het desbetreffende dorp. Een van de studenten woont bij een gastgezin in Bamoko en onderzoekt de uitwerking van aids medicijnen, die worden gebruikt in Bamako. We horen hun ervaringen tot zover in Mali, wat erg interressant is. Ook is de vriend van 1 van de studentes voor 10 dagen op bezoek en van hem horen we alle laatste wereldnieuws. We hadden via Do en Ellen, de Zuidafrikanen al het shocking news
gehoord over de oceaan aardbeving in het verre Oosten. Maar de verhalen over de aanslagen in Nederland, nadat Theo van Gogh is vermoord, zijn nieuw voor ons en we zijn erg blij dat we dit niet mee hebben hoeven maken.

We blijven uiteindelijk tot en met 1 januari 2005 in Bamako. De eerste dagen spendrt Aarnout in de garage, in de hoop de oorzaak van het geluidje te vinden. Na vele uren wachten in een stoffige werkplaats, 2 nieuwe schokbrekers (voor maar 60 eurootjes, inclusief montage) rijker is het probleem nog steeds niet gevonden. We geven het op en gaan een nieuwe poging doen als we in Ghana zijn.
We doen ons website en internet gebeuren, en halen boodschappen. We hangen een dag de toerist uit en gaan naar het National Museum, dat zeker de moeite waard is en slenteren door de stad. We brengen veel tijd door bij het restaurantje c.q. bar aan de overkant van de Mission, waar ook veel andere reizigers komen. Ondanks dat de stoelen bijna uit elkaar zijn gevallen van ellende is het er erg gezellig. Het locale eten is heerlijk, ze maken iedere dag en heerlijke salade voor ons en 's ochtend maken we ze wakker (de eigenaren slapen in het restaurant) voor het ontbijt dat we er eten. In de straat bij de Mission speelt zich het gewone Bamakose leven af, met veel kinderen op straat, dus dat is erg leuk. Oudejaarsavond zit het hele restaurant vol, iedereen eet salade en kip met rijst. Tegen het eind van de avond lopen we naar
Place de la Nation, waar half Bamako naar toe is gekomen. Er is een podium met daarop een tv (huiskamermodel), heel veel mensen die gewoon staan en zoals gebruikelijk wachten, na een uurtje besluiten wij met nog een paar reizigers, weer terug te keren naar ons stam restaurant. We luiden om 12 uur het Afrikaanse nieuwjaar in en duiken dan vermoeid ons bed in. Omdat we meestal om 9 uur gaan slapen, zijn we helemaal niet meer gewend aan het laat opblijven.

1 en 2 januari 2005, Djenne
Vertrek uit Bamako, eerst nog naar de Bank alwaar je met een Visa card kan pinnen. Bij het eerste kruispunt hoor ik (Aarnout) wel ergens in de verte een fluitje en realiseer me dat de fluitert wil dat ik stop. Maar ik doe alsof ik gek ben en rij door.Later rijdt de fluitert ineens naast mij en moet dus haastwel een heuse agent zijn, op een brommertje. Vervolgens schijn ik ergens tegen het verkeer in te rijden, natuurlijk in een smal, druk straatje. Hilariteit alom, dus ik wring me achteruit er weer uit. Janita is inmiddels uitgestapt om naar de bank te lopen en de agent wijkt geen meter van de auto. Ik blijf vriendelijk naar hem zwaaien en arriveer eindelijk bij de bank. Hij wil de papieren zien, maar niet terug geven. Dus die ruk ik dan maar uit zijn handen. Hij wil nu dat we meegaan naar het bureau en ik geef hem het idee dat we hem volgen, maar rij gewoon weg. Op z`n brommertje zet hij de achtervolging weer in, zeker een kwartier lang door de stad. Wij krijgen er nu toch wel stress van. Bij een groot kruispunt met stoplicht ziet hij collega`s en terstond begint hij nog harder te fluiten. De collega`s doen helemaal niets, maar wij moeten voor het stoplicht stoppen. Pontificaal zet hij z`n brommertje voor onze auto en begint woedend tegen ons te keer te gaan. En dan; trinnngg!!! gaat z`n mobieltje, saved bij de bell. Ik zet hem in z`n achteruit,
toeter een taxi van de weg af en weg zijn we. O.k met kloppend hart. We zijn nog bang dat de fluitert z`n collega`s zal bellen bij de eerste de beste roadblock maar we rijden ongestoord verder.

Bamako is o.k., maar we zijn er nu echt wel klaar mee. Afrikaanse steden zijn niet onze favoriete plekken in Afrika, met hun verkeersdrukte, enorme luchtverontreiniging, vieze rioolstank en de ratten die je soms ziet rondlopen. Op naar de natuur, de frisse lucht, en naar Djenne, de stad met de beroemde moskee en de stad waar Ton van der Lee (o.a. schrijver van het boek "De boot naar Timboektoe")
zijn zandkasteel heeft laten bouwen. We rijden via Segou, dat ligt aan de Niger, stoppen daar om groente op de markt te kopen en brood, om vervolgens een bush camp te maken in de buurt van San (N13 14.165, W004 50.786). De volgende ochtend rijden we tegen de rivier de Bani aan, om vanaf daar het pontje naar de overkant te maken. Als we zeggen dat we uit Nederland komen wordt meteen het huis van "Tonny" (zoals ze hem noemen) aangewezen aan de overkant van de rivier. We vinden meteen een gids die goed Engels spreekt, onderhandelen over de prijs en we gaan richting Djenne. Eerst gaan we even bij
het huis van Ton kijken, die ziek blijkt te zijn en naar Nederland is voor behandeling. Het stadje Djenne is fantastisch, een geweldige sfeer, en prachtige lemen architectuur. We lopen door kleine nauwe straatjes, waar het riool de vrije loop heeft. Tussen de mooie geklede vrouwen en kinderen, lopen geiten, ezels en kippen. Vanaf de daken hebben we een mooi uitzicht over de stad en haar omgeving. De gids vertelt uitgebreid over Djenne, haar geschiedenis, de wijze waarop de huizen worden gebouwd en onderhouden, over zijn leven, en het leven van zijn familie in Djenne. We eten bij Chez Baba en lopen vervolgens richting de markt en de grote lemen moskee. Na afloop rijden we nog wat rond in de omgeving, om vervolgens eind van de middag richting Sevare (vlakbij Mopti) te rijden. De eerste dagen van 2005 zijn zeer bijzonder!!!!!!!

2 tot 4 januari 2005, Sevare, Mopti, de Niger
We vinden laat in de middag een camping c.q hotel met een klein zwembad, Mac Refuge genaamd (N14 30.819, W004 05.986). Er zijn ook een paar Nederlanders en het is heerlijk weer eens
Nederlands te kunnen praten en informatie uit te wisselen. Zo bereiden we de volgende dag ons trip naar het Dogon gebied voor. Eerst weer de bank en wat internet, zwemmen en vroeg in de middag rijden we naar Mopti. Hier maken we een boottochtje op de Niger. We kiezen voor een gondelachtig bootje met de bijbehorende spierbundels van een jongeman. Wat opvalt de laatste dagen is een soort mist over het land. In deze tijd van het jaar zijn er de stofwinden, die er dus uitzien als mist. Alleen, het wordt steeds erger. Je proeft het en ruikt het, irriteert je ogen en ik krijg het er een beetje benauwd van.
Op de Niger is het uitzicht dan ook mistig en de sfeer heeft iets unheimisch. Toch is de tocht prachtig, wel haast weer middeleeuws.
In alle rust varen verschillende bootjes kris kras over de rivier met natuurlijk op z`n Afrikaans de meest curieuse lading
zoals brommers en geiten, ff iets opschuiven graag!!


4 tot 8 januari 2005, Dogon Country en grens Burkina Faso
Om 7.00 s'ochtends komt Madou, de gids, ons ophalen voor onze tocht door Dogon-country. Met z`n drieen voorin rijden we (nog steeds door de "mist") naar Sangha. Van hier uit begint onze twee daagse wandeltocht met overnachting in een Dogon dorp.Eerst lopen we een paar uur, met een strak windje, aan de bovenkant van het plateau. Aan het einde wordt de lunch geserveerd en kunnen we relaxen. Dan begint de afdaling met weids uitzicht over de vallei, ondanks de stof/zand mist. Stijl naar beneden klauteren en halverwege horen we de drums van de maskerdans uit het dorp op speciaal verzoek uitgevoerd voor de toeristen voor circa 100 euro, gedurende drie kwartier. Dus zo onschuldig en ongerept is ook deze streek niet meer, maar de hele scene is schitterend.We eten en slapen in het dorp Tirelli op het dak van een lemen hut. Het is erg bijzonder om in een Afrikaans dorp te slapen, inclusief het horen van alle bijbehorende geluiden van kippen, geiten, ezels, pratende en lachende vrouwen en huilende kinderen. Een plek waar je het liefst lang wil blijven. Madoe vertelt vollop over de geschiedenis van de Dogon, de cultuur en het (erg belangrijke) spirituele leven van de Dogons. De volgende dag gaan we, ondertussen al met flinke spierpijn en blaren, opnieuw op pad. Madou heeft een kar met os voor ons geregeld. We hobbelen beneden langs de klif met prachtig uitzicht op een aantal dorpjes die we passeren. Ik (Aarnout) voel mij ziek en door het gehobbel wordt het er niet beter op, tot overmaat van ramp moet de os tijdens het lopen schijten en het spettert in het rond. Bij Ireli begint de klim weer naar boven, ik (Aarnout) wankel met rugzak in de hitte achter de gids aan, maar al gauw zie ik sterretjes. We vinden en knul die mijn bagage gaat dragen. Ik voel me erg beroerd en de niet geringe klim doet me geen goed. Ik voel de koorts door mijn lichaam razen en loop het laatste deel als in trance naar het hotel, waar ik op een stoel in elkaar zak. We blijven in het Campement/hotel in Sanga (N14 27.912, W003 18.402) en de volgende dag als ik alle vaste en vloeibare stoffen geloosd heb voel ik me een stuk beter. We vertrekken, in dichte zandmist. De voorgenomen tocht door de vallei met nog een bushcamp laten we vervallen. Er is haast geen uitzicht, alles zit onder het ragfijne zand en geeft een benauwd gevoel. Daarom ook niet naar Timbouctou besluit Janita met pijn in hart. Het is genoeg geweest met de droge Sahel streek en Timboektoe is toch weer 300 km naar het noorden over voornamelijk wasbord. Ook het Desert Festival, waar we naar toe wilde bleek erg duur te zijn en nog een 60km ten noorden van Timboektoe. We slaan het dus over. Volgende keer als we in Mali zijn (we willen zeker terug komen), en zouden we het gaaf vinden om vanaf Mopti met de boot over de Niger naar Timboektoe te varen. We besluiten naar het zuiden te gaan rijden, op naar het groene deel van West-Afrika. We rijden door de Dogon Country richting Kiro. Zonder problemen passeren we de grens bij Kiro naar Burkina Faso. Gelukkig weer een piste met heel veel stof!!. Aan het eind van de dag rijden we weer op asfalt, en duiken de weg af bij Yako voor een bushcamp. Weer rijden we zomaar de bush in over
velden, keien en struiken tot we niet verder kunnen. Prachtige plek (N12 55.852, W002.12.935), maar net iets te dicht bij de weg, zodat het verkeer toch duidelijk hoorbaar blijft.

We sluiten Mali af, waar we een bijzondere tijd hebben gehad en vinden het jammer dat de stofmist ons verdreven heeft. Het is een land met bijzonder vriendelijk mensen, die altijd lachen en groeten. Het is ook een land met een geschiedenis en een eigen oude cultuur, en dat is duidelijk voelbaar. De westerse invloeden zijn nog niet erg doorgedrongen of overgenomen door de Malinezen en dat maakt het Afrikaanse land erg bijzonder. De mensen zijn in materieel opzicht wel erg arm, maar ondanks dat zijn ze altijd vrolijk.

Terug naar overzichtspagina reports